|
Kenmerken
|
Antioxidanten, bescherming van het oog
|
|
Bronnen
|
Voor luteïne: boerenkool en spinazie, voor zeaxanthine: maïs
|
|
ADH (volwassen man)
|
Nog niet bekend, waarschijnlijk 1 tot 2 milligram totaal
|
|
Bovengrens
|
In ieder geval 20 tot 30 milligram
|
De carotenoïden luteïne en zeaxanthine zijn onlangs meer in de belangstelling gekomen. Bekend is dat ze vooral in de gele vlek (macula) op het netvlies achter in het oog voorkomen en dat het sterke antioxidanten zijn. Die spelen een rol bij het vangen van vrije radicalen. Naarmate mensen ouder worden kan hun oogfunctie veranderen. Gebleken is dat het innemen van extra antioxidanten bescherming biedt tegen vrije radicalen.